Bewijs van vakbekwaamheid voor onze liefhebberij

Vanaf 1 juli 2020 moeten caviafokkers/houders die bedrijfsmatig actief zijn in het bezit zijn van een bewijs van vakbekwaamheid. Was er soms onduidelijkheid over wat verstaan wordt over het bedrijfsmatig bezig zijn, wordt dit steeds duidelijker, mede door het beschikbaar komen van rechterlijke uitspraken.

Onder de vlag van  Kleindieren Liefhebberij Nederland (KLN) is er een notitie gepubliceerd die meer informatie geeft over dit onderwerp.

Belangrijke conclusie is dat het bewijs van vakbekwaamheid voor veel hobbyfokkers/liefhebbers niet nodig is. Hobbyfokkers/liefhebbers waarbij uitsluitend uit liefhebberij bijvoorbeeld ter verbetering van een ras wordt gefokt en de liefhebber niet het oogmerk heeft bedrijfsmatig te willen handelen, werd in de rechtspraak niet als bedrijfsmatig aangemerkt.

In uitzonderlijke gevallen moeten ook hobbyfokkers/liefhebbers een bewijs van vakbekwaamheid hebben. Dit is aan de orde als zij niet kunnen aantonen dat hun activiteiten met gezelschapsdieren niet bedrijfsmatig zijn. Dit betreft liefhebbers waarvan de hobbymatige activiteiten door de omvang daarvan ver boven een gemiddelde kleindieren liefhebberij uitsteken. Dit zijn liefhebbers met veel hokken en/of rennen waarin ze veel dieren houden. Hun houderij is erop gericht om veel nakomelingen te fokken. Een belangrijk deel van die nafok wordt buiten de kring van familie en “vrienden” verkocht. Ook kleinschalige hobbymatige activiteiten die gericht zijn op financieel voordeel en waarbij verkoop van kleindieren buiten de kring van familie en vrienden plaatsvindt, kan ook als bedrijfsmatig worden aangemerkt. In beide situaties is een bewijs van vakbekwaamheid verplicht.

Op het moment dat er spraken is van opvang van dieren klein- of grootschalig dan is het bewijs van vakbekwaamheid verplicht.

De volledige notitie “Bewijs van vakbekwaamheid voor activiteiten met gezelschapsdieren” is beschikbaar via de volgende link