Verzorging:
De cavia moet iedere dag verzorgd worden maar bovendien ook de nodige aandacht krijgen. De verzorging bestaat uit het controleren en bekijken van het dier.
De neus en ogen van een cavia moeten schoon en droog zijn.
Bij gladharen moet de beharing glad aanliggen en zoveel mogelijk glans vertonen en een vitale indruk maken.
Het is belangrijk op te letten of de cavia zich normaal
gedraagt en niet apathisch in een hoekje blijft hangen.
De meeste cavia’s komen naar de deuropening om het aangeboden
voedsel in ontvangst te nemen en maken daarbij behoorlijk lawaai.
Cavia's kunnen in tegenstelling tot konijnen niet tegen vasten en moeten dus altijd ruim in het voer “zitten”. Ze eten in verhouding van hun lichaam even veel als een middenmaat konijn en dat is veel.
Verwijder overtollig eten en controleer of de ontlasting de juiste vorm heeft. Diaree verraadt zich snel door de onmiddellijk herkenbare geur. Dit moet onmiddellijk behandeld worden.
Langhaar exemplaren, moeten regelmatig geborsteld worden. Indien nodig kan de cavia gewassen worden met een milde shampoo. Een goede hondenshampoo voldoet in de meeste gevallen het beste. Voor langharen is een crèmespoeling en/of conditioner vaak nodig om de wat droge haarpunten te voeden zodat deze niet afbreken.
Alvorens tot de aanschaf van een kooi of hok over te gaan moet men bepalen of men één of meerdere cavia’s wil gaan houden.
Zoals bekend is een cavia een koloniedier bij uitstek en hij/zij voelt zich beter met gezelschap dan zonder. Toch behoeft het niet altijd een soort genoot te zijn, een dwergkonijn is ook een goede vervanger.
Plaats men een paartje bij elkaar, dan krijgen ze onvermijdelijk 4 maal per jaar jongen. Het is echter heel goed mogelijk om meerdere dieren van gelijke sekse bij elkaar onder te brengen.
Zeugen zijn in de regel verdraagzaam tegen elkaar maar toch is er een rangorde in de groep terug te vinden.
Langhaar- en rexberen zijn over het algemeen erg verdraagzaam tegen elkaar. Ze moeten dan wel met elkaar opgroeien, over voldoende ruimte beschikken en er moet geen zeug in de onmiddellijke omgeving zijn geplaatst.
Over het algemeen is het beter jonge dieren bij elkaar te plaatsen, of een jong dier bij een ouder exemplaar te zetten. Op deze manier is de kans op vechten bijzonder klein. Een cavia kan ook in zijn eentje bijzonder gelukkig zijn, zeker als hij of zij voldoende aandacht krijgt van zijn baasje.
De minimale kooimaat voor een cavia is 80 cm lengte, 40 cm hoogte en breedte. De hoogte is niet zo belangrijk, uiteraard mag de kooi groter zijn. De kooien kunnen gekocht worden in een dierenspeciaalzaak maar ook zelf worden gemaakt. Ga eens op bezoek bij wat fokkers om ideeën op te doen.
Het hok of de kooi moet minimaal 1 x per week worden schoon gemaakt. Als bodembedekking kan houtvezel aangevuld met hooi worden gebruikt. Bij zwaardere dieren is het aan te bevelen boven op de houtvezel wat stro aan te brengen. Dit kan dan dienen als een soort zeef waardoor minder haarbeschadigingen (dun behaarde buik) worden opgelopen.
De drinkfles moet regelmatig worden verschoond, idem de voerbak. Het is aan te raden om het gehele hok na het schoonmaken te desinfecteren. Controle op ongedierte zoals haarmijten, haarluizen, schimmels en schurftmijten moeten ook een regelmatige terug kerende handeling zijn.
![]() |
Bij een goede verzorging en huisvesting zal de cavia zelden ziek worden. In de zomer maanden is de mogelijkheid van ongedierte aanwezig. Controle hierop moet 1x per week plaats vinden. Het kan bijv. haarluis, schurft of schimmel zijn maar deze kunnen allemaal goed behandeld worden. Pas op met een schimmelinfectie deze kan besmettelijk zijn voor de mens.
Doorgroeiende tanden en kiezen zijn een ernstig probleem omdat de cavia niet meer voldoende of helemaal niet meer kan eten. Het kan ontstaan zijn door een vitamine C tekort, erfelijke factor of verkeerde voeding. Het bijhouden van een gewichtstabel kan soms eerder een uitsluitsel geven dan dat de ogenmaat aan geeft.
Oogverwondingen kunnen het beste behandeld worden met wat oogzalf en na een week zie je al een verbetering optreden.
Abcessen komen vaak voor op de voorkant van de cavia en deze zijn vaak ontstaan van gedroogde distel die soms in het hooi voorkomen. |
Ga bij ziekte of twijfel over de gezondheid zo spoedig mogelijk naar een deskundige of een dierenarts die veel van cavia’s af weet. Pas op met zelf dokteren en laat indien
nodig sectie verrichten om een doodsoorzaak vast te stellen.
Fokken:
Fokken met cavia’s is leuk als alles goed gaat, maar ik heb wel eens tranen met tuiten zitten huilen bij het verlies van een voor mij zeer bijzondere cavia waarvan ik graag nakomelingen had willen hebben.
Een cavia is een vruchtbaar diertje, maar niet zo als een muis of een konijn. Als ze in een goede conditie zijn dan is het mogelijk om 4 nesten per jaar te krijgen. Er kan in elk jaargetijde met deze dieren gefokt worden.
Wel is het belangrijk bij de geboorte en opgroei van de jongen te letten op een goede omgevingstemperatuur. De gemiddelde tijd dat men met een zeug kan fokken is ongeveer 3 jaar.
De beren kunnen langer ingezet worden in de fok. Het is beter om de beren in de productie te houden en niet te lang uit de fokkerij te houden.
Fokstellen moeten vooral in een goede conditie zijn maar niet te dik omdat er dan vaak geen bevruchting plaats vind.
Ook voor de eind van de dracht in verband met zwangerschapvergiftiging is overvetting vaak een probleem.
Als de jongen ongeveer 4-6 weken oud zijn een 300 gram wegen is het beter om de beertjes uit het nest te halen om vroegtijdige dekkingen tussen broer en zus te voorkomen. De normale leeftijd om een zeug in te zetten is vanaf 7 maanden leeftijd.
Ze moet in ieder geval haar eerste jongen gehad hebben voor haar eerste verjaardag. Bij een oudere zeug die nog nooit jongenheeft gehad zijn de bekken zo uitgehard, dat ze met het werpen moeilijkheden kan krijgen met het passeren van de jongen door het bekken.
De zeug wordt eenmaal in de 16-18 dagen bronstig. Tijdens deze enkele uren durende bronst breekt het vlies dat anders de vagina afsluit, waardoor een dekking kan plaats vinden.
Na de dekking wort door middel van een dekkingsprop de vagina afgesloten. Over het algemeen paren jonge dieren veel vlotter dan overjarige dieren. Omdat men nooit weet wanneer een zeug is gedekt, is het moeilijk wat de juiste geboorte datum zal zijn.
Pas op ¾ deel van de dracht begint de zeug een buikje te krijgen. De dracht is relatief gezien erg lang, namelijk tussen de 67 en 70 dagen, afhankelijk of de zeug nog een nest aan het voeden is.
Goede voeding, rust en een verdubbeling van vitamine C is een noodzaak om de dracht tot een goed einde te brengen. Als de beer bij de zeug wordt gelaten zal ze binnen 24 uur na de geboorte van de jongen weer gedekt worden.
De beer neemt niet actief deel aan de verzorging van de jongen maar zal ze ook geen kwaad doen. Hij kan dus bij het nest blijven als we meer jongen willen en de moeder dit aan kan, anders moet hij voor de geboorte reeds uit de kooi of het hok worden gehaald.
Als de jongen de eerste twee dagen bij hun moeder nog melk hebben gedronken is het mogelijk om ze met de hand bij te voeren met bijv. een papje van volle melk met rijstebloem of Bambix. Wel zorgen voor voldoende vitamines en kalk.
Over zetten bij een zeug met jongen van dezelfde leeftijd kan ook goed gaan.
Met andere woorden fokken is leuk maar je moet wel weten waar een te veel aan jongen naar toe moeten.
